Heerhugowaardse schakers met een Strafblad

Door: Co Buysman

 

Op de zesde woensdag van het lenteveteranenkampioenschap zorgt de aangename temperatuur buiten voor een al even aangename sfeer binnen. Wij van de opbouwploeg zijn in een melige bui tijdens het opzetten van de stukken op alle borden en het inwerkingstellen van de klokken.
,,Bij Caïssa hadden ze vroeger een Lepelaar, een Mus en een Duif’’, zegt een van de leden van het toernooicomité. ,,Waren ze ook hoogvliegers?’’ vraagt een ander. ,,Heerhugowaard was de club van de Konijnen en de Hazen’’, weet de derde.
Een paar uur later zit ik zelf tegenover een Heerhugowaardse schaker: Adri Maijers. Het is een partij van de schaakgetallen. Vandaag is het 8 april en treffen we elkaar weer in de theaterzaal. Weer, inderdaad. Nu in ronde 6, exact zes jaar geleden in ronde 4. We maken er een bijzonder spannend duel van die na welgeteld 64 zetten een einde krijgt.
Heerhugowaard heeft een mooie schaakhistorie. Op de website heeft Piet Konijn – niet onze lenteveteraan, maar de andere Piet Konijn – een paar mooie verhalen over vroeger geschreven. De huidige schaakclub is op 10 oktober 1967 opgericht, met Maarten de Haas als een van de leden van het eerste uur. Een aantal seizoenen eerder had je in Heerhugowaard de schaakclub FIT. Tot twee keer toe is al het materiaal door brand verwoest en zo hield ook de vereniging op te bestaan.
Maar meer dan honderd jaar geleden waren er eveneens schaakliefhebbers. In de Schager Courant van zaterdag 20 maart 1909 ben ik het volgende bericht (gelokaliseerd met Heerhugowaard) tegengekomen:
,,Aan den oproep tot het bijwonen eener vergadering op Donderdag 18 dezer, waarin beslist zou worden over de oprichting van een damclub, hadden vele liefhebbers van dammen gehoor gegeven, doch ook waren schaakliefhebbers opgekomen. Opgericht werd de Dam- en Schaakclub Heer Huyghen, waartoe direct 31 personen toetraden. Er zal elke week, Donderdags, een bijeenkomst worden gehouden in het lokaal van den heer A. Goed. Tot voorzitter, secretaris en penningmeester werden gekozen de heeren Jc. Blom, C. den Hartigh en P. Beers Kz.’’
Ook toen al was donderdag een geliefde schaakavond.
Heerhugowaard is voorts de club van het Chrysantentoernooi. Al meer dan dertig jaar een begrip in de Noord-Hollandse schaakwereld en ver daarbuiten. Liefst twaalf Nederlandse grootmeesters hebben een of meerdere keren meegedaan; in alfabetische volgorde: Erik van den Doel, Sipke Ernst, Harmen Jonkman, Friso Nijboer, Dimitri Reinderman (negenvoudig winnaar), Jan Smeets, Maarten Solleveld, Daniël Stellwagen, Jan Timman, Sergej Tiviakov, Dennis de Vreugt en Loek van Wely. De buitenlandse grandmasters op de deelnemerslijst zijn Stuart Conquest, Alexandre Dgebuadze, Vladimir Episjin, Vjatsjeslav Ikonnikov, Normunds Miezis, Predrag Nikolić, Petar Popović, Andrej Sjtsjekatsjev en Rustam Kasimdzjanov die in 2003 in café De Swan zegevierde en zich het jaar erop tot wereldkampioen kroonde. In het najaar is het altijd ontspannen schaken op het evenement van hoofdsponsor Dekker Chrysanten en talrijke lenteveteranen hebben meegedaan in een van de achtkampen.
Maar Heerhugowaard is ook de plaats van de schaakvereniging Straffe Hendrik. Een kwart eeuw geleden ging een aantal schaakvrienden naar een toernooi in Gent, waar de vaste beloning voor succes een Straffe Hendrik (een bekend Belgisch biertje) is. Ze willen bij schaakclub Heerhugowaard een eigen team vormen, maar krijgen er op de ledenvergadering geen toestemming voor en richten de club Straffe Hendrik op. In het eerste jaar wordt al meteen de kampioensvlag gehesen (zeven wedstrijden gespeeld: veertien punten, veertig bordpunten) en in de volgende elf seizoenen is de club een van de smaakmakers in de NHSB-competitie. Lenteveteraan Wim Driessen is jarenlang een speler van Straffe Hendrik geweest.
Maar zoals vaker met een kleine club gebeurt: het is niet vol te houden. Na negen seizoenen in de eerste klasse van de Noordhollandse Schaakbond te hebben gespeeld, wordt de vereniging opgeheven. Ze is waarschijnlijk de enige in de wereldgeschiedenis van de schaaksport die louter leden met een Strafblad heeft gehad. Dat is namelijk de naam van het clubblad geweest.

Frans Vlugt – Piet de Haas 1-0
Piet de Haas doet voor de derde keer mee aan het lenteveteranenkampioenschap, maar heeft niet eerder tegen Frans Vlugt gespeeld. Het enige jaar dat beiden in groep A uitkwamen, was 2013 en toen begon de Heerhugowaarder met twee verliespartijen slecht. Zijn achterstand op Frans bleek te groot om in het verdere verloop tegen hem te kunnen schaken.
De Volendam-routinier had twee seizoenen geleden na vijf ronden met 4½ een punt voorsprong op de concurrentie en in dezelfde situatie verkeert nu Piet. Zijn opponent behoort tot het groepje van naaste achtervolgers. In een Spaanse partij gaat het lang gelijk op. Als er al veel materiaal van het bord is verdwenen, brengt zwart zijn pionnen op de koningsvleugel in stelling. Daar heeft een onorthodoxe dameruil plaats die in het voordeel van de witspeler uitvalt. In een toreneindspel met voorts een Heerhugowaardse loper en een Edams paard komt hij twee pionnen voor te staan. Daarna zijn de vrijpionnen op de f- en g-lijn te sterk om voor Piet zijn eerste nederlaag te voorkomen.
Frans nestelt zich naast de ranglijstaanvoerder en de twee krijgen gezelschap van Jan Stapel die zijn partij tegen Peter Holscher ziet afgelast. Door een onverwachte ziekenhuisopname in Duitsland kan Peter deze woensdagmiddag niet aanwezig zijn. Alle lenteveteranen hopen op een voorspoedig herstel

.
1. e4 e5 2. Pf3 Pc6 3. Lb5 a6 4. Lxc6 dxc6 5. 0-0 Ld6 6. d3 f6 7. Le3 Le6 8. Pbd2 Pe7 9. d4 Pg6 10. dxe5 fxe5 11. Pg5 Lg8 12. Dh5 Df6 13. Ph3 Kd7 14. De2 Pf4 15. Lxf4 exf4 16. f3 Td8 17. Pf2 Kc8 18. Pd3 Le5 19. Pxe5 Dxe5 20. c3 Le6 21. Pb3 Td6 22. Tfd1 Thd8 23. Txd6 cxd6 24. Df2 c5 25. Td1 g5 26. h3 h5 27. Pc1 g4 28. Pd3 Dg5 29. h4 (zie diagram) g3 30. hxg5 gxf2+ 31. Kxf2 Tf8 32. Th1 Lc4 33. Pc1 Lf7 34. Th4 Le6 35. b3 d5 36. exd5 Lxd5 37. Pe2 b5 38. Txf4 Td8 39. Tf6 a5 40. Pf4 a4 41. Pxd5 Txd5 42. g6 Tg5 43. f4 Tg4 44. Kf3 axb3 45. axb3 Kd7 46. f5 Tg5 47. Tf7+ Ke8 48. Kf4 Txg2 49. Tc7 c4 50. bxc4 bxc4 51. Th7 Kf8 52. Txh5 Tg1 53. Ke5 Ta1 54. Th7 Ta5+ 55. Kf6 Ta6+ 56. Kg5 Ta5 57. Tc7 Ta1 58. Txc4 Ta5 59. Tc7 Tb5 60. g7+ Kg8 61. Kg6 Tb8 62. f6.

 

Peter Holscher – Jan Stapel 0-1 reglementair

 

Peter Roggeveen – Tom Adriaanse 1-0
Peter Roggeveen heeft zich goed hersteld van zijn nederlaag in de vierde ronde en met twee overwinningen erbij staat hij nu een halfje achter op de drie koplopers. Met nog één ronde te gaan.
Tegen Tom Adriaanse posteert hij een sterke pionnenketen op de diagonaal c2-f5. Die beperkt de bewegingen van de zwartspeler. Wit kan snel beide torens inzetten voor een aanval op de koningsvleugel. Als de MSC’er zijn h-pion ruilt tegen de Zaanse op g4, valt de beslissing. Zwart heeft geen verdediging tegen de enorme dreiging van Peters zware stukken op de f- en g-lijn.


1. e4 d6 2. Pc3 g6 3. f4 Lg7 4. Pf3 Pf6 5. Lc4 0-0 6. d3 a6 7. a3 c6 8. Lb3 b5 9. 0-0 Pbd7 10. De1 Pc5 11. La2 Le6 12. Lxe6 Pxe6 13. f5 Pc5 14. Dh4 Pcd7 15. Lh6 Pe5 16. Pxe5 dxe5 17. Lg5 Dd4+ 18. Kh1 Tfe8 19. Tf3 Dd6 20. Taf1 Ta7 21. g4 (zie diagram) h6 22. Lxh6 Lxh6 23. Dxh6 Pxg4 24. Dg5 Pf6 25. fxg6.

 

 

 

 

Peter van Waert – Jan Rot 0-1
Ook voor Peter van Waert staat handhaving in de bovenste regionen op het spel. De lenteveteraan van De Groene Zes uit Bovenkarspel kiest dan ook snel voor de aanval in zijn partij tegen Jan Rot.
Hij schuift zijn e-pion door naar de zesde rij om zo de zwarte verdediging te ontregelen. Het plan is goed, maar bij de uitvoering belandt Peters zwartveldige loper op het verkeerde veld. Dat kost hem een stuk, al staat hij positioneel zeker niet slecht. Jan heeft niet gerokeerd en de vier overgebleven stukken van wit (dame, twee torens en een paard) zetten druk op de d- en e-lijn.
Torenruil op de open d-lijn is echter in het nadeel van de GZ’er. Beiden belanden in een eindspel van dame plus toren met een extra (zwart) paard voor de routinier van Het Witte Paard die met zorgvuldig spel zijn stelling verbetert. Hij werkt zijn pionachterstand weg en heeft een vrije e-pion als extra wapen achter de hand. Na dameruil beseft wit dat hij geen tegenspel meer heeft.


1. e4 d6 2. d4 Pf6 3. Pc3 g6 4. Le2 Lg7 5. h4 h5 6. Pf3 Lg4 7. Le3 c6 8. Dd2 Pbd7 9. 0-0-0 Tc8 10. Pg5 Lxe2 11. Dxe2 Da5 12. Kb1 b5 13. e5 dxe5 14. dxe5 Pg4 15. e6 fxe6 16. Lc5 Pxc5 17. Pxe6 Lxc3 18. Pxc5 Lf6 19. De6 Dc7 20. The1 (zie diagram) Td8 21. Txd8+ Dxd8 22. Pe4 Kf8 23. Pxf6 Pxf6 24. Dxc6 Dd7 25. Df3 Kg7 26. De3 Te8 27. a3 e6 28. f3 Te7 29. g4 hxg4 30. fxg4 Dd5 31. Df4 e5 32. Dg5 e4 33. De3 Pxg4 34. Dg3 Pf6 35. Tg1 Dh5 36. De1 Td7 37. Ka2 Dd5+ 38. Kb1 Te7 39. Tg5 Te5 40. Df2 Txg5 41. hxg5 Dxg5.

 

 

Hans Leeuwerik – Jan Brink 0-1
Jan Brink is in Hoorn steeds in de top drie geëindigd. De lenteveteraan van Het Witte Paard werd kampioen in 2011 en 2013, tweede in 2010 en derde vorig seizoen. Met de winst tegen Hans Leeuwerik bezet hij met nog één ronde voor de boeg de gedeelde vierde plaats, op een half punt van de ranglijstaanvoerders Piet de Haas, Jan Stapel en Frans Vlugt.
In zijn debuutjaar legde Hans Leeuwerik beslag op de achtste plaats, maar door de nederlaag in deze zesde ronde moet hij nog aan de bak om die klassering te evenaren. De Castricummer zit in een grote groep spelers met een score van vijftig procent.
Voor wit is er aanvankelijk weinig aan de hand. In een Engelse partij pakt gaandeweg Jan het initiatief. Hij krijgt in het middenspel een sterk loperpaar. De witveldige is op h3 geposteerd en met een damezet (28. … Db3) kan hij de degelijkheid van Hans’ verdediging danig op de proef stellen. Die zet komt er echter niet en na dameruil is het grootste gevaar voor de witspeler verdwenen.
In een toreneindspel met een wit paard contra een zwarte loper hebben beiden een vrijpion in het centrum. Op de 36e zet verzuimt Hans die op d4 op te ruimen. Hij ontsnapt aan promotie. Niet veel later gaat het toch mis. Na torenruil staan zijn koning en paard op dezelfde diagonaal. Met een loperschaak kan Jan de laatste lichte stukken ruilen en dan is zijn verste vrijpion (op a7) beslissend. Zo ver laat de Castricumse speler het niet komen.


1. c4 e5 2. g3 g6 3. Lg2 Lg7 4. Pc3 Pc6 5. e4 d6 6. Pge2 Le6 7. d3 Dd7 8. Pd5 Pce7 9. Le3 c6 10. Pxe7 Pxe7 11. b4 0-0 12. 0-0 f5 13. Tc1 d5 14. Tc2 Tfd8 15. Dc1 dxe4 16. dxe4 fxe4 17. Lxe4 Pf5 18. a3 Df7 19. b5 Pd4 20. Lxd4 exd4 21. Ld3 Tf8 22. f3 cxb5 23. cxb5 Tac8 24. Tc5 Txc5 25. Dxc5 Tc8 26. Dd6 Lh3 27. Le4 Kh8 28. Td1 (zie diagram) Lf6 29. Ld5 De7 30. Dxe7 Lxe7 31. Pf4 Lf5 32. Lxb7 Tc2 33. Le4 Lxe4 34. fxe4 Lxa3 35. Pe6 Tb2 36. Tf1 d3 37. Td1 d2 38. Pg5 Tc2 39. Kf1 Tc5 40. Pf3 Txb5 41. Txd2 Tb1+ 42. Kg2 Tb2 43. Kf2 Kg7 44. Ke2 h6 45. Pe1 Txd2+ 46. Kxd2.

 

 

Dirk Lont – Ton de Veij ½-½
Met hun remise handhaven Dirk Lont en Ton de Veij zich in het peloton dat na zes ronden op drie punten is gekomen. Beiden hebben in dit kampioenschap slechts één partij verloren. Dirk is als witspeler ongeslagen, Ton als zwartspeler en in die status komt op deze woensdagmiddag geen verandering.
Het evenwicht wordt niet verstoord. Er is al snel een strijd om het centrum  en na een afruil van elk twee lichte stukken krijgt die geen winnaar. Na de slotzet blijft de balans ook in de stelling bewaard.


1. d4 d6 2. Pf3 Pf6 3. Pc3 Pbd7 4. e4 e5 5. Le2 c6 6. 0-0 Le7 7. h3 Dc7 8. Le3 0-0 9. Dd2 exd4 10. Pxd4 Pc5 11. Lf3 a5 12. Tad1 Te8 13. Tfe1 Le6 14. Pxe6 Pxe6 15. a4 Pd7 16. Le2 Pec5 17. f4 Tad8 18. Lf3 Lf6 19. Ld4 Lxd4+ 20. Dxd4 Pf8 21. g3 Pfe6 22. Df2 Db6 (zie diagram).

 

 

 

 

Gerrit Roos – Egbert van Oene 0-1
Met zijn tweede winstpartij van dit kampioenschap steekt Egbert van Oene net boven de grote middenmoot uit en heeft hij nog een kansje om in de prijzen te vallen.
In het vroege middenspel kan Gerrit Roos een klein voordeel (pionwinst) behalen, maar hij kiest voor een ontwikkelingszet. Meteen erna zorgt zwart met een loperpaar op afstand en de dame voor druk op de koningsstelling. Dat levert hem via dameruil de randpion op. Hij geeft zijn witveldige loper een plek op h3, maar met het doorschuiven van een pion naar g4 en Gerrits antwoord (28. f4) zit die opgesloten en speelt de lenteveteraan van De Waagtoren eigenlijk met een stuk minder verder. De routinier van Caïssa-Eenhoorn beschikt over de Horowitz-lopers; ze staan op op de diagonalen vanaf a1 en a2 en stralen veel meer activiteit uit dan het Alkmaarse materiaal met een loper op b8, een paard op c8 en een toren op d8.
Plotseling komen die tot leven. De ‘waagtoren’ plaatst op de derde rij een dubbele aanval op een loper en een achtergebleven pion, waarna de witspeler denkt met een ruil de stelling te vereenvoudigen. Hij valt met de andere loper een onverdedigd paard aan. Die loper is evenwel ook de verdediger van een paard op f6 dat na de ‘ruil’ verloren gaat, zodat wit met een stuk minder het eindspel voortzet. En dan is de stelling niet meer te keepen.


1. c4 e6 2. d4 d5 3. Pc3 Le7 4. Pf3 Pf6 5. e3 0-0 6. Ld3 c5 7. 0-0 Pc6 8. a3 a6 9. cxd5 exd5 10. dxc5 Lxc5 11. b4 La7 12. Dc2 h6 13. h3 Le6 14. Td1 Tc8 15. Lb2 De7 16. De2 Pe4 17. Tac1 Pg5 18. Pxg5 Dxg5 19. Kh1 Lb8 20. Tg1 Dh4 21. Df1 g5 22. g3 Dxh3+ 23. Dxh3 Lxh3 24. Pxd5 f5 25. f3 Tfd8 26. Lc4 Kh7 27. Kh2 g4 28. f4 Pa7 29. Tgd1 b5 30. Pf6+ Kg6 31. Ld5 Txc1 32. Txc1 Pc8 (zie diagram) 33. Tc2 Pb6 34. Lb3 Td3 35. Ld4 Txb3 36. Lxb6 Kxf6 37. Ld4+ Ke6 38. Tc8 Ld6 39. Th8 Txa3 40. Txh6+ Kd5 41. Th5 Ke4.

 

 

 

Karel Keesman – Wim Nieland ½-½
In een spannende en boeiende partij heeft Karel Keesman drie jaar geleden, toen ook met wit, van Wim Nieland verloren. Hij treft de Egmondse lenteveteraan ditmaal als titelverdediger en houdt hem op een keurige remise.
Het Staunton-gambiet zorgt meteen al voor een attractieve openingsfase. Na dameruil lukt het wit de pion terug te veroveren. Beide spelers schuwen de aanval niet. De Heerhugowaarder heeft lang gerokeerd en zijn opponent zet vooral de c-lijn onder druk. Wim heeft niet gerokeerd en moet opletten voor de op de e-lijn verdubbelde torens van wit. Eén stel wordt geruild en dan heeft Karel plotsklaps winstkansen, als hij de koning als verdediger van de overgebleven toren kan weglokken met schaakjes. Hij kiest voor een volledige torenruil. Lopers van gelijke kleur en pionnen tegenover elkaar blijven over, waardoor de strijd met wederzijdse mogelijkheden toch geen winnaar krijgt.


1. d4 f5 2. e4 fxe4 3. Pc3 Pf6 4. Lg5 g6 5. f3 d5 6. fxe4 Pxe4 7. Pxe4 dxe4 8. Lc4 Pc6 9. c3 Lg7 10. Pe2 Pa5 11. Lb3 Pxb3 12. Dxb3 Tf8 13. Pg3 b6 14. 0-0-0 Lf5 15. Tde1 h6 16. Ld2 Dd7 17. Da3 Dd6 18. Dxd6 cxd6 19. Pxe4 Kd7 20. Pg3 Le6 21. b3 Ld5 22. Te2 e5 23. The1 Tac8 24. c4 b5 25. c5 Tfe8 26. Pe4 Lxe4 27. Txe4 exd4 28. Txe8 Txe8 (zie diagram) 29. Txe8 Kxe8 30. cxd6 Kd7 31. Lf4 g5 32. Lg3 h5 33. h3 Lf8.

 

 

 

Johan Plooijer – Maarten de Haas 1-0
Johan Plooijer en Maarten de Haas gaan bepaald niet op herhaling. In 2012 werden al redelijk snel de eerste stukken geruild en tekenden de twee na 23 zetten de vrede. Nu verdwijnt pas op de zestiende en zeventiende zet het eerste materiaal en maken ze er op deze zesde woensdagmiddag een lange zitting van.
Dat komt ook door de complexheid van de stelling. Wit heeft voor druk op de damevleugel een centrumpion gegeven. Die pressie valt echter weg. Met een leuke lopermanoeuvre lijkt Johan de pionachterstand goed te maken, maar zwart verrast hem met een paardvork. Na een flinke afruil blijft Maarten de pion voor staan.
In de tweede tijdfase ziet het er nog steeds goed voor hem uit. Beiden beschikken over alle torens en de zwartveldige loper. De koningen wandelen in de richting van de damevleugel, waar de Heerhugowaarder een vrijpion op c4 heeft. Na loperruil en met tijdnood kantelt de partij. Met handige torenmanoeuvres is de stelling positioneel in evenwicht. De Alkmaarse lenteveteraan heeft op de 56e zet zijn materiële achterstand weggewerkt. Een verkeerde torenzet van de Heerhugowaard-speler zorgt voor een snel einde. Alle stukken worden geruild, waarna de witte koning dankzij een zijwaartse oppositie naar promotie van zijn d-pion kan toewerken.


1. d4 Pf6 2. Pf3 b6 3. g3 Lb7 4. Lg2 e6 5. 0-0 Le7 6. c4 0-0 7. Pc3 d6 8. Te1 Pbd7 9. e4 e5 10. d5 a5 11. Lg5 Pc5 12. b3 Lc8 13. a3 Ld7 14. Dc2 Tc8 15. b4 Pb7 16. Teb1 Pxd5 17. Ld2 Pxc3 18. Lxc3 Ta8 19. Pe1 c6 20. Pd3 Dc7 21. Db2 a4 22. Td1 Le6 23. c5 f6 24. cxb6 Dxb6 25. Tac1 Tac8 26. Ld2 Lb3 27. Le3 c5 28. Td2 Db5 29. bxc5 dxc5 30. Tc3 Pa5 31. Lh3 Tc7 32. Le6+ Kh8 33. Pc1 Pc4 34. Lxc4 Lxc4 35. Dxb5 Lxb5 36. Tdc2 Tfc8 37. Tb2 Le8 38. Pd3 Kg8 39. Kf1 Kf7 40. Ke1 Ld7 41. Tbc2 c4 42. Pb4 Le6 43. Pd5 Lxd5 44. exd5 Ld6 45. Tb2 Ke7 46. Tb5 Ta8 47. Ke2 Kd7 48. f4 exf4 49. Lxf4 Lxf4 50. gxf4 g5 51. fxg5 fxg5 52. Ke3 Kd6 53. Ke4 Tc5 54. Tb6+ Kc7 55. Tb4 Kd6 56. Tbxc4 (zie diagram) Taa5 57. Txc5 Txc5 58. Txc5 Kxc5 59. Ke5.

 

 

Wim Driessen – Piet Kuijs 0-1
Ook Piet Kuijs haakt aan in de grote groep driepunters. Voor de lenteveteraan uit Limmen is dat zeker een goede prestatie.
Wim Driessen is voor iedereen een taaie opponent en dat blijkt ook nu weer. Zwart heeft kort gerokeerd, de Heerhugowaarder kiest voor de lange versie en probeert op de koningsvleugel toe te slaan. Na flink wat gemanoeuvreer kan hij tevreden zijn over de stelling. Zijn stukken staan actiever opgesteld. Met name een zwart paard op a6 lijkt niets te kunnen doen.
Dat verandert, als wit 25. … Pb4 niet voorkomt. Opeens dreigt er van alles. Wim kan een dubbel aangevallen pion op c2 niet verdedigen. In een mum van tijd verliest hij de kwaliteit en drie pionnen. Het is voor Piet even opletten op een matdreiging op g7, maar als hij dat gevaar heeft afgewimpeld, rondt hij het met een kwaliteitsoffer mooi af.


1. d4 d5 2. Lg5 h6 3. Lh4 Pf6 4. Lxf6 exf6 5. e3 Le6 6. Pe2 Ld6 7. g3 0-0 8. Pbc3 c6 9. Pf4 Lf5 10. Dd2 Dc7 11. 0-0-0 Pa6 12. Ld3 Lxd3 13. Dxd3 Tfe8 14. Df5 Lb4 15. Pce2 Te7 16. Dg4 Dd7 17. Df3 Tae8 18. g4 Ld6 19. Ph5 De6 20. Phg3 Td8 21. Pf5 Tee8 22. Pxd6 Txd6 23. Dg3 Td7 24. h4 De4 (zie diagram) 25. g5 Pb4 26. Kd2 Dxc2+ 27. Ke1 Pd3+ 28. Txd3 Dxd3 29. gxf6 Db1+ 30. Kd2 Dxb2+ 31. Kd1 Db1+ 32. Kd2 Dxa2+ 33. Kd1 Db1+ 34. Kd2 Dg6 35. Dh3 Td6 36. fxg7 De4 37. Pf4 Tf6 38. Th2 Txf4 39. exf4 Dxd4+.

 

 

 

Aart Strik – Gerard Kuijs 0-1
Een van de spectaculairste spelers van dit kampioenschap is Aart Strik. Het lukt de competitieleider van de Noordhollandse Schaakbond alleen niet om daar succes mee te behalen. Vijf partijen hebben niet meer dan een half punt opgeleverd.
Tegen Gerard Kuijs heeft hij lange tijd de stelling onder controle. Beide spelers rokeren lang. Aart beschikt over een mooi loperpaar, terwijl zwarts paard en loper wat verscholen achter de pionnen staan opgesteld. De Castricumse lenteveteraan probeert zich te bevrijden van een dubbelpion op de f-lijn, maar dat kost hem een pion. In een eindspel van dame, toren en witveldige loper kan wit actiever spelen. Gerard moet bijvoorbeeld een matdreiging op d8 in de gaten houden.
Rond de eerste tijdcontrole verliest Aart echter zijn voordeel. Na een afruil hebben beiden een toren en drie pionnen, maar zwarts plus is de vrijpion op de b-lijn. Wit kijkt tegen een dubbelpion op de f-lijn aan. De vrijpion haalt de tweede rij en wordt zijwaarts verdedigd door de toren. De Breezandse koning kan er niet bijkomen, die van zijn opponent wel en dan is de strijd voor wit verloren.


1. Pc3 e6 2. Pf3 d5 3. e4 dxe4 4. Pxe4 Pf6 5. Pxf6+ gxf6 6. d4 b6 7. Lb5+ c6 8. Ld3 Ld6 9. c3 Lb7 10. Dc2 h5 11. Le3 Pd7 12. Pd2 Dc7 13. Pe4 0-0-0 14. Pxd6+ Dxd6 15. 0-0-0 h4 16. Da4 Th5 17. b4 Db8 18. Le2 Th7 19. Lf3 b5 20. Dc2 Tg7 21. a4 bxa4 22. Dxa4 Pb6 23. Db3 Pd5 24. Lh6 Tg6 25. Ld2 Dd6 26. Kc2 Pc7 27. c4 a6 28. g3 De7 29. Lf4 e5 30. dxe5 Txd1 31. exf6 Dxf6 32. Txd1 Pe6 33. Dd3 Pxf4 34. gxf4 De7 (zie diagram) 35. Le4 Tf6 36. b5 axb5 37. cxb5 Dc5+ 38. Kb3 Dxb5+ 39. Dxb5 cxb5 40. Td4 Lxe4 41. Txe4 Kc7 42. Kc3 Kb6 43. Kd4 Tc6 44. Te7 f6 45. f5 b4 46. Te6 b3 47. Te8 Kc7 48. Te7+ Kb8 49. Te1 Tc2 50. Tb1 b2 51. Ke3 Kc7 52. h3 Kd6 53. f3 Th2 54. Kf4 Tg2 55. Ke3 Kc5.